Speelgoedschijf

Toelichting op de indeling van de speelgoedschijf

Het speelgoed in de speel-o-theek is ingedeeld volgens de speelgoedschijf.
De speelgoedschijf deelt het speelgoed in 3 verschillende hoofdcategorieën en diverse subcategorieën.

speelgoedschijf2De hoofdcategorieën zijn onderverdeeld in:

  • Verstandelijke ontwikkeling
    voor het denkwerk:
    –puzzels, taal
    – constructie (hoe bouw je iets)
  • Lichamelijke ontwikkeling
    – bewegingsmateriaal (grove motoriek)
    – zintuigelijk materiaal (fijne motoriek)
  • Sociaal-emotionele ontwikkeling
    – gezelschapsspellen, creativiteit- en expressiemateriaal, fantasiemateriaal.

 

Onder deze drie hoofdfuncties vinden we diverse categorieën speelgoed:

bewegingsmateriaal, constructiemateriaal, fantasiemateriaal, gezelschapsspellen,kreativiteitsmateriaal, puzzels en zintuiglijk materiaal.

B: Bewegingsmateriaal

Binnen deze categorie vallen spelmaterialen, waarmee een kind wordt uitgenodigd te lopen, duwen, sjouwen, trekken, gooien, klimmen en springen, dus waarmee grof motorische bewegingen worden gemaakt. Ook zonder de hier genoemde materialen komt een kind tot zitten, kruipen en lopen. Maar ouders/opvoeders geven kinderen graag een stimulans bij de lichamelijke ontwikkeling.

C: Constructiemateriaal

Binnen deze categorie vallen spelmaterialen, waarmee een kind stapelt, bouwt en gebruik maakt van diverse verbindingselementen. De categorie is opgebouwd van bouwen naar construeren.

F: Fantasiemateriaal

Binnen deze categorie vallen spelmaterialen, waarmee het kind naspeelt wat het ziet en meemaakt. Fantasiemateriaal is nodig bij het verwerken van gevoelens. Het kind experimenteert met verschillende rollen. Naarmate een kind ouder wordt, speelt het situaties die het niet zelf meegemaakt heeft, maar die het heeft leren kennen uit boeken, verhalen of TV-series. Het kind kan terug gaan in de tijd (riddertijd) of in de toekomst leven (Science Fiction-verhalen). Kinderen hebben fantasiemateriaal nodig om met elkaar, zichzelf en de grote mensenwereld om te leren gaan.Z: Zintuiglijk materiaal

Spelmaterialen die binnen deze categorie vallen stimuleren en activeren de fijne motoriek en de zintuigen. We denken hierbij aan materiaal dat een beroep doet op de ontwikkeling van het gehoor, de reuk, de smaak, het gezicht, tastzin, de oog-handcoördinatie. Het materiaal nodigt uit tot experimenteren, passen en meten en vergelijken (kleur-vorm).

Gezelschapsspellen
Binnen deze categorie vallen die spellen die primair bedoeld zijn om met meerdere personen te spelen. Het speldoel staat vast en moet volgens afgesproken regels bereikt worden.

Binnen de categorie spellen bevinden zich ook:

Taal-en denkspellen:
In deze categorie vinden we o.a. spelletjes die solitair gespeeld kunnen worden.
Het betreft spellen die speciaal ontwikkeld zijn op ruimtelijk en wiskundig inzicht en taalontwikkeling.

De spellen voorzien in een differentiatie in moeilijkheidsgraad. Dat wil zeggen: wat voor de één een hele opgave is, is voor de ander een makkie.
De uitdaging moet daarom altijd goed passen bij de vaardigheid van iemand.
Goed ontworpen spellen voeren langzaam maar zeker de moeilijkheidsgraad op: naarmate de speler zijn vaardigheid toeneemt, groeit de uitdaging mee.

Enkele van deze spelletjes kunt u in de K-kast vinden.

K: Kreativiteits- en expressiemateriaal
Binnen deze categorie vallen spelmaterialen zoals stempels, sjablonen, mozaïek, spirograph, kralen, weefgetouw, hamertje tik. Evenals leermaterialen zoals Tip Toi, Loco en schoenveterstrikplankjes. Ook muziekinstrumenten horen in deze categorie thuis.

P: Puzzels
Binnen deze categorie vallen spelmaterialen, waarbij het gaat om zoeken, herkennen en bij elkaar brengen van vormen. Doel is: de vorm compleet maken.

De puzzels kunt u in de K-kast vinden.