G75 Geuzenbord

Algemeen:
Tijdens het beleg van Alkmaar in 1573 waren de Alkmaarders de wanhoop nabij want het kruit was bijna op, de verouderde stadsmuur aan de kant van Ouddorp had het bijna begeven en de Spanjaarden konden elk moment de stad innemen…  
Dus werd er door het stadsbestuur een brief geschreven aan Diederik Sonoy, gezant van de Prins en bevelhebber der Geuzen.
Maar ja, er moest wel een bode gevonden worden die de hachelijke taak op zich wilde nemen om de brief door de Spaanse linies heen te smokkelen…

De Alkmaarse timmerman Maarten Pieterszoon van der Mey, die zich al eerder “een waar patriot” had getoond, nam de taak op zich. Gevaarlijk, want “…uit de stad komen en ’s vijands leger doortrekken, was eene onderneming waarbij men ’t leven of de vrijheid kon inschieten…” 

Toch lukte het hem, want de brief  “… werd zorgvuldig verborgen in ene uitgeholde polsstok, met een houten knop gesloten, en oogenschijnlijk alleen bestemd om den drager dienst te doen bij het overspringen van slooten en greppels….”

Het verhaal van de werkelijke tocht van Van der Mey is ook bij het spel geleverd.

Hoe werkt het:
Treed in de voetsporen van Van der Mey en degene die als eerste zijn of haar polsstokbriefje aflevert bij Diederik Sonoy in het slot te Schagen wint het spel.

Speleigenschappen:
Aanbevolen leeftijd : vanaf ca. 5 jaar
Aantal spelers: 2 tot 6
Speeltijd : 30 minuten

____________________________________________________________________________

Voor degene die nu denkt:
 ‘ wat staat eigenlijk in die briefjes geschreven?’ 
Hieronder een deel ervan. Het oud-Hollands is moeilijk te lezen daarom heeft het Regionaal Archief van de briefjes een mooie hertaling gemaakt.

“Wij zijn erg verbaasd dat u geen poging doet ons te bevrijden, ondanks uw belofte, en dat u ons geen bericht hebt doen toekomen, terwijl u daar meer mogelijkheden toe hebt dan wij. Tenzij u ons op het spoedigste komt ontzetten, hetzij met soldaten, hetzij door de dijken door te steken, zullen wij de stad aan de vijand moeten overleveren. En mocht dit gebeuren, dan betuigen wij voor God en de wereld dat het niet onze fout of onze onbetrouwbaarheid is geweest, maar geheel en al uw schuld. Wij verzoeken u daarom met klem dat u ons zo snel mogelijk ontzet, want wij hebben geen kruit genoeg om zelfs maar een halve stormloop te weerstaan.”

En:

“Wij vragen u tevens om zo snel mogelijk de zeedijken door te steken, zodat wij, als we de soldaten in de stad hebben gekregen, spoedig bevrijd zullen worden van de tiran. Als de de dijken doorgestoken zijn, zal de vijand zijn geschut niet kunnen redden, omdat het allemaal opgesteld is aan de noord- en oostkant van de stad. Het is beter dat de dijken doorgestoken worden dan dat de stad en het gehele Noorderland in handen van de vijand komt. Er is haast bij, want de vijand slaapt niet.”

En:

Deze ingerolde brief was geschreven in onze grote nood, voordat wij uw bode en uw brief ontvingen. Wij konden onze brief niet wegsturen, omdat de vijand ons voor de tweede keer vreselijk begon te beschieten en in slagorde klaar stond om een stormaanval op de stad te doen. Met grote moeite hebben we de vijand weerstaan en zijn dankzij de grote goedheid van God bewaard gebleven. Kom ons snel helpen, opdat wij niet in de handen van de tiran vallen. Wij zijn in grote nood en kunnen ons, bij gebrek aan kruit, alleen verdedigen met onze vuisten en zwaarden. Haast u met het sturen van soldaten en het doorsteken van de dijken. Gebeurt dit niet, dan zijn wij verloren.”

“Met haast geschreven uit Alkmaar, deze 22ste september van het jaar (15)73.

Nu, wat er daarna gebeurd is vieren we elk jaar op 8 oktober!
Mede dankzij Maarten Pieterszoon van der Mey.